Actualiteit gegevens: 23-12-2017

Monumentengegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
529662
Monumentnaam
De monumentnaam is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument
Deelen/Klein-Heidekamp
Complexnummer: 
529661 - Deelen/Klein-Heidekamp
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
28 juni 2010
Kadaster deel/nr: 
58265/128
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Gelderland
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Arnhem
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Arnhem
X-Y coördinaat: 
189857 - 448761

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Omschrijving

TERREIN met AANLEG. De bodem van het Klein-Heidekamp en omgeving bestaat uit zand en maakt deel uit van een relatief vlak deel in de door gletscherijs opgestuwde zuidelijke Veluwe. Het kamp ligt zuidelijk van de langs de zuidzijde van de Kemperberg, globaal oost-west lopende, rechte Koningsweg. Deze weg zou in rudimentaire vorm dateren uit het laatste kwart van de 17e eeuw - de tijd dat stadhouder Willem III koning van Engeland was. De Koningsweg is nog steeds als belangrijke verbinding en als een ruimtelijk structurerend element aanwezig, ook doordat hij als ontginnings- en nederzettingsbasis functioneerde. Oostelijk van de Kemperberg werden vanaf het midden van de 19e eeuw aan weerszijden van de Koningsweg, met name op gronden van de locale adel en / of grootgrondbezitters, (ontginnings)landgoederen gesticht met daarop (pacht)boerderijen. In de praktijk bleek het boeren op de schrale Veluwegronden niet gemakkelijk en vooral aan de zuidzijde van de Koningsweg werd de bosbouw al direct dominant en tevens werd hier de op ruime schaal wildjacht uitgeoefend. Klein Heidekamp werd aangelegd op de flauw naar het zuidwesten hellende zandgronden van de voormalige wildbaan ten zuiden van de ontginningsboerderij Dresden, tussen de Deelensche Weg en de huidige Clément van Maasdijklaan. Terwijl het noordelijk én het zuidelijk deel van dit terrein rond 1940 werden doorsneden door een aantal boslaantjes, werd gekozen voor het relatief dun begroeide hart van het terrein. Hier kwam een slechts ten dele op de bestaande boslanenstructuur aansluitend wegenpatroon tot stand, dat wordt gekenmerkt door de flauw gebogen, meest vloeiende lijnen en de soms abrupte knikken. Het totale netwerk heeft dankzij twee min of meer parallelle assen een overwegend grootste uitstrekking van noord naar zuid, wat mogelijk een gevolg is van gerealiseerde verbindingen tussen de bestaande boslaantjes. Haaks op de beide globaal noord-zuid lopende assen is er een via enkele 'bajonetachtige' verspringingen verlopende oost-westverbinding en verder zijn er wat tussenlaantjes en - met name in het noorden enige geknikte 'achterommetjes'. De nieuw aangelegde wegen werden vrijwel integraal (en vermoedelijk in verschillende patronen) beklinkerd, terwijl moeite werd gedaan de inrichting verder zo veel mogelijk te doen aansluiten bij het omringende landschap, onder meer door aanplant en plaatselijke verdichting van groen en de ruwe suggestie van een brinkstructuur. Deze inpassing maakte deel uit van de camouflagestrategie van de bezetter, die poogde wegen, groen en bebouwing zo veel mogelijk te doen opgaan in de bestaande of de voor de locatie kenmerkende vormen en structuren. Er werden tegelpaadjes van 30 x 30 cm betontegels naar en rond de bebouwing aangelegd. Het kamp werd omheind met in betonnen paaltjes aangebrachte draadversperringen, maar op enkele plaatsen zijn (al dan niet permanente) toegangen tot het terrein gerealiseerd. De echte ingang was die aan het oosteinde van de dwarsverbinding over het terrein, waar via de huidige Clément van Maasdijklaan een directe verbinding bestond met Groot-Heidekamp. Vermoedelijk mede als gevolg van de camouflage als villadorpje is een duidelijke, uit de Duitse tijd stammende appèlplaats nauwelijks aan te wijzen, maar tussen gebouw 1-3 (het commandogebouw) en gebouw 1-5 (het poortgebouw) bevindt zich thans nog een groen open terrein dat op de topografische kaart van omstreeks 1955 in een in het zuidoosten afgeronde ruimere vorm voorkomt, en dat als zodanig gefunctioneerd kan hebben.

Zowel het patroon van wegen en paden als een deel van het oorspronkelijk toegepaste materiaal is nog in het veld aanwezig of herkenbaar, terwijl ook het beoogde karakter van de aanleg nog goed herkenbaar is. Een deel van de hoofdverbindingen is voorzien van een asfaltslijtlaag, maar de kleinere wegen en de paden verkeren nog in een toestand die aan die van de jaren 1940-1945 herinnert. De hoofdtoegang, die wordt gekenmerkt door bakstenen hekpijlers en een muur, is nog aanwezig terwijl andere - al dan niet gewijzigde - toegangen nog goed als zodanig zijn te herkennen.

Klein-Heidekamp was in de eerste plaats bedoeld voor de huisvesting van (onder)officieren en het werd ingericht met enkele tientallen grotere en kleinere woningen, die in verschillende dichtheden waren bezet en die in een aantal gevallen als dubbele woningen waren uitgevoerd. De gebouwen werden vooral langs de speciaal hiertoe aangelegde wegen gesticht, maar hun concrete situering maakte een ad hoc indruk. Ze werden op verschillende afstanden van de wegen geplaatst, werden met de daknok in verschillende richtingen gepositioneerd en waren ook verschillend van plattegrond en volume. Tevens zijn de gebouwen zodanig uitgevoerd dat ze door hun dakvorm, beschilderde luiken, bijgebouwen en erven voor inheemse woningen en - beperkt - voor boerderijen konden doorgaan. Met name de verschillend uitgevoerde dakvormen - er werden vooral zadeldaken, wolfsdaken en schilddaken toegepast - en de niet uniforme kleurstelling van de pannendekking zorgden voor bouwwerkgebonden camouflage. Hiernaast werden ook esthetische aspecten niet vergeten. Enkele van de meest opvallende - en vermoedelijk met opzet in het oog springende - hiervan waren de ten dele in metselwerk uitgevoerde tuinaanleggen, zoals die aan de oostzijde van het hoofdgebouw op het kamp, de 'Geschwaderbefehlsstelle' en de als onderdeel van 'onschuldigheid' opgenomen tegelpaadjes en gazons.

Vele voor functionele doeleinden en / of als onderdeel van camouflage op het kamp tot stand gebrachte artefacten zijn nog in het terrein herkenbaar of zo goed als ongeschonden aanwezig. Het betreft hier uiteraard in de eerste plaats de gebouwen, maar ook de tuin- en terrasaanleg bij het hoofdgebouw en de tegelpaadjes vormen nog markante facetten van de uit 1940 daterende detailinrichting van Kleines Heidelager.

Midden op het terrein werd het ketelhuis van een centraal wijkverwarmingssystemen tot stand gebracht, dat als een van de oudste in Nederland kan gelden. Het kamp is hiertoe ondergronds voorzien van een netwerk van verwarmingsleidingen, waarvan op verscheidene plaatsen de putdeksels zichtbaar zijn. Additionele verwarming kon op locatie plaatsvinden via normale kachels of haarden. De elektriciteitsdistributie vond plaats vanuit het ongeveer tegenover het hoofdgebouw gelegen transformatorhuis; het verbruiksstroomtransport verliep - afwijkend van wat tegenwoordig gangbaar is - bovengronds. Voor wat betreft de (afval)waterlozing werd het septicsysteem gehanteerd: via een buizenstelsel met overloop- en bezinkputten, uitgevoerd in gietijzer, grespijp, metselwerk en beton, werd voor elk gebouw afzonderlijk een afvoer aangelegd. Het kamp omvatte een aantal ondergrondse bluswaterbunkers - dit laatste om ook bij vorst bluswater beschikbaar te hebben.

De verschillende oorspronkelijk ondergrondse systemen zijn in meer of minder complete en originele vorm nog aanwezig en deels ook nog operationeel; van de bluswaterkommen zijn er enkele nog goed herkenbaar, met water gevuld en dus bruikbaar. Het elektriciteitsnetwerk is - op het trafohuis na - na de oorlog echter vervangen; hier en daar resteert nog wel schakel- en bevestigingsmateriaal dat uit de bouwtijd zou kunnen stammen.

Waardering

TERREIN met AANLEG van Klein-Heidekamp, van algemeen belang als relatief gaaf onderdeel van een uit de Tweede Wereldoorlog stammend en door de Duitse bezetter opgezet groot militair vliegveld, vanwege: architectuurhistorische, stedenbouwkundige, historisch-geografische, techniekhistorische, krijgs- en cultuurhistorische en complex- en ensemblewaarden, die onder meer kunnen blijken uit de overwegend op locale vormen geïnspireerde traditionalistische bouwtrant, uit de voor de bouwtijd kenmerkende onderdelen en details, uit de in het concept verwerkte, deels reeds in het landschap aanwezige en deels daarop geïnspireerde elementen, uit het quasi-authentieke beloop en de dito uitvoering van wegen en paden, uit de relicten van technische innovatie, uit de in een kunstmatig opgezette villadorpachtige structuur met lineaire en brinkvormkenmerken en met tot in detaillering doorgevoerde camouflage, uit de samenhang van en met het totale militaire vliegveldconcept en de ruimtelijke hoofdlijnen en onderdelen van het kampement, en uit de onderlinge verwantschap van de hierbij toegepaste vormen.

Locatie

LocatienaamLocatieomschrijving
ArnhemDeelen/Klein-Heidekamp

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieVerdedigingswerken en militaire gebouwenOpen verdedigingswerk

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
ARNHEMA1541

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
n.v.t.niet van toepassing

Bouwtypen

HoofdcategorieSubcategorieBouwtypeToelichting
Verdedigingswerken en militaire gebouwenFort, vesting en -onderdelen

Bouwactiviteiten

VanTotNauwkeurigheidWerkzaamheidToelichting
19401941exactvervaardiging