Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939-1945)
Vakgebied: 
Mediatype: 

Deze rapportage bevat een inventarisatie van verwoestingen door oorlogsgeweld toegebracht aan gebouwen in de periode 1939-1945.

In het eerste deel wordt ingegaan op de schade aan gebouwtypen zoals woningen, scholen, boerderijen, molens, kerken, historische monumenten, spoor- en verkeersbruggen, havens en overig onroerend goed. Deel 2 biedt een meer specifiek en gedetailleerd overzicht van schade aan gebouwen en onroerend goed in provincies, regio’s, steden en dorpen in Nederland. Dit rapport is onderdeel van een reeks publicaties waarin de wederopbouwarchitectuur per gebouwtype onder de loep wordt genomen.

De wederopbouw

De architectuur en stedenbouw uit de periode 1940-1965 vertegenwoordigt een belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Het is een periode van herstel van oorlogsschade en van schaarste, maar ook van optimisme en vernieuwing. Kenmerk voor deze naoorlogse jaren is de introductie van nieuwe materialen, nieuwe verkavelingspatronen, een nieuwe wijkopbouw en een steeds belangrijkere rol voor het verkeer. In het kader van stedelijke vernieuwing staat de architectuur uit deze periode steeds vaker onder druk. Dit rapport helpt om de bestaande kwaliteiten van wederopbouwarchitectuur te herkennen zodat er zorgvuldig met dit soort gebouwen kan worden omgegaan.

Voor wie

Deze rapportage is voor beleidsmakers ruimtelijk beleid, erfgoedprofessionals en anderen die geïnteresseerd zijn in de architectuur van de wederopbouw.

Colofon

Rapportage wederopbouw
Tekst: Elisabeth van Blankenstein
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2006

Delen: