Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek
Vakgebied: 
Mediatype: 

Deze brochure zet richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek op een rij. Bouwhistorisch onderzoek is hierbij beschouwd als onderdeel van een in de bouw gebruikelijke projectaanpak.

Om cultuurhistorische aspecten volwaardig mee te kunnen wegen bij besluiten tot bouwkundige of planologische ingrepen, moet er eerst specialistisch onderzoek naar zijn gedaan. Meestal zijn de opdrachtgevers de initiatiefnemers van bouwhistorisch onderzoek; eigenaars, projectontwikkelaars, overheden of andere initiatiefnemers en belanghebbenden van bouw- en herinrichtingsplannen. De methodologie van bouwhistorisch onderzoek is in deze brochure uitgebreid beschreven, toegespitst op de mogelijkheden om waardestellingen goed te kunnen onderbouwen. Ook zaken als vergunningaanvragen en toezicht komen in deze brochure aan de orde.

Inventarisatie, opname en ontleding

Er zijn drie categorieën van bouwhistorisch onderzoek. De meest ‘lichte’ variant is de bouwhistorische inventarisatie. De bouwhistoricus onderzoekt dan het gebouw of gebied aan de hand van geconstateerde of vermoedelijke monumentwaarden. Bij een bouwhistorische opname onderzoekt de bouwhistoricus de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een object (de gebouwde structuur) en brengt hij de elementen uit verschillende bouwfasen in kaart. Bij een bouwhistorische ontleding levert de bouwhistoricus een gedetailleerde documentatie van een bouwwerk of object. Om dit te kunnen doen, moet hij vaak later aangebrachte interieurafwerkingen (gedeeltelijk) verwijderen zoals voorzetwanden, pleisterlagen of verlaagde plafonds.

Voor wie

Deze richtlijnen zijn bedoeld voor eigenaren, gebruikers en beheerders van gebouwen, complexen en gebieden. Tevens bieden zij een handreiking aan overheden, architecten en adviseurs, aan projectmanagers, bouwhistorici en studenten.

Deze publicatie is ook beschikbaar in het Engels.

Colofon

Tekst en eindredactie: Leo Hendriks en Jan van der Hoeve
ISBN: 978-90-9024049-7
© Rijksgebouwendienst en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009

Delen: