Aanwijzen van monumenten

  • Wat betekent de aanwijzing als rijksmonument voor mij als eigenaar?

    Voor restauratie, sloop, verbouwing of op een andere manier wijzigen van een beschermd rijksmonument is een omgevingsvergunning nodig. Die is voor alle gebouwde rijksmonumenten aan te vragen bij de gemeente. Voor de instandhouding van gebouwde rijksmonumenten bestaan financieringsregelingen.

  • Wat is voorbescherming?

    De Erfgoedwet regelt dat door de start van de officiële aanwijzingsprocedure het onderdeel al beschermd is alsof het een rijksmonument is. Dit wordt voorbescherming genoemd. Het doel hiervan is om te voorkomen dat het onderdeel gedurende de procedure onherstelbaar beschadigd of ondeskundig gerestaureerd wordt. Het tussentijds veranderen van een object kan in principe. De eigenaar moet dan wel een omgevingsvergunning aanvragen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het object ligt. De gemeente kan u hierover informeren.

Vervreemdingsprocedure

  • Moet een voornemen tot vervreemding gelijktijdig in de Staatscourant en op de Afstotingsdatabase van de Museumvereniging gepubliceerd worden?

    Publicatie in de Staatscourant en op de Afstotingsdatabase kan gelijktijdig. Plaatsing op de Afstotingsdatabase moet echter wel met de mededeling dat eventuele toekenning van een object alleen kan op voorwaarde dat er geen gehonoreerde zienswijzen ingediend worden bij het bevoegd bestuursorgaan. Ook dient er niet een advies te zijn van een onafhankelijke toetsingscommissie die vervreemding afwijst.

  • Moet voor objecten die beschadigd of total loss zijn ook de vervreemdingsprocedure gevolgd worden?

    Ja.

  • Wie houdt toezicht op de vervreemdingsprocedure?

    De Erfgoedinspectie kan als toezichthouder voor de Erfgoedwet onderzoeken of de bepalingen van de vervreemdingsprocedure worden nageleefd. Zo kan de Erfgoedinspectie vragen of

    • een voorgenomen besluit tot vervreemding op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
    • over een besluit tot vervreemding advies is gevraagd aan een commissie van onafhankelijke deskundigen.

    Hóe het toezicht is geregeld hangt af van de organisatie die de procedure moet toepassen.

    • Voor het toezicht op een gemeente, een waterschap of een provincie is in eerste instantie de gemeenteraad, het algemeen bestuur of Provinciale Staten verantwoordelijk.
    • Het toezicht op het toepassen van de procedure door andere publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals universiteiten, wordt uitgeoefend door de Erfgoedinspectie.
  • Geldt het volgrecht bij vervreemding?

    Dat is mogelijk als het om de vervreemding van kunstwerken gaat die nog auteursrechtelijk beschermd zijn en waarbij een professionele kunstverkoper betrokken is als tussenpersoon.

    Op www.rijksoverheid.nl leest u meer over het volgrecht.

Erfgoedwet

  • 1. Wat zijn de uitgangspunten van de Erfgoedwet?

    De Erfgoedwet heeft een aantal uitgangspunten.

    1. Het beschermingsniveau zoals dat in de oude regelingen gold, blijft ten minste gehandhaafd.
    2. Waar mogelijk worden ook particuliere organisaties ingezet bij het behoud van het cultureel erfgoed.
    3. Tussen de rechten van de eigenaar van cultureel erfgoed en de bescherming van het algemeen belang streeft de wet een redelijk evenwicht na. Daarom zijn regelingen en procedures geschrapt die niet langer duidelijke toegevoegde waarde hebben.
    4. In de Erfgoedwetzijn de internationale verplichtingen meegenomen die Nederland op het gebied van cultureel erfgoed is aangegaan.
  • 2. Waarom is er één integrale Erfgoedwet?

    De versnippering van de erfgoedwetgeving, met eigen definities, procedures en beschermingsmaatregelen, en de behoefte aan duidelijkheid waren de aanleiding om één integrale Erfgoedwet op te stellen voor het beheer en behoud van ons cultureel erfgoed. Met de Erfgoedwet is in één wet overzichtelijk vastgelegd hoe met ons cultureel erfgoed wordt omgegaan, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe het toezicht is geregeld. Voor de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is de Omgevingswet van belang.  Zie ook 4. Hoe verhoudt de Erfgoedwet zich tot de Omgevingswet? 


    De Erfgoedwet legt verder de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Daarmee spreekt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het vertrouwen uit dat de sector voldoende kennis, deskundigheid en betrokkenheid heeft om de zorg voor ons cultureel erfgoed in de praktijk waar te maken. Naast inhoudelijke voordelen draagt dit bij aan minder regels en bureaucratie.

  • 3. Wat zijn de belangrijkste veranderingen door de Erfgoedwet?

    De Erfgoedwet verandert een aantal zaken voor het erfgoedveld. Er zijn negen grote veranderingen te noemen. In verschillende onderdelen van het dossier Erfgoedwet is meer informatie te vinden over de onderstaande punten.


     

    Zorgvuldige afstoting van cultuurgoederen

    Het Rijk, de provincies, gemeenten, waterschappen, universiteiten en andere publiekrechtelijke rechtspersonen zijn verplicht een advies van een commissie van deskundigen in te winnen als zij cultuurgoederen willen afstoten waarvan zij eigenaar zijn. Het moet dan gaan om cultuurgoederen die mogelijk van bijzondere cultuurhistorische, wetenschappelijke of uitzonderlijke schoonheid zijn, en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit.

    Zie ook  Vraag 5. Wat is de procedure rond het zorgvuldig afstoten van cultuurgoederen in overheidsbezit?


     

    Wettelijke beheernorm

    Er is één set van normen voor het beheer en behoud van de rijkscollectie.
    Zie ook Vraag 7. Wat zijn de normen voor beheer van de rijkscollectie?


     

    Een nieuw museaal stelsel

    De beheerkosten van de musea waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verantwoordelijk is, zijn geen onderdeel meer van de vierjarige subsidiecyclus, maar worden structureel geregeld.
    Zie ook   Vraag 8. Wat is er veranderd in de financiering van rijksgesubsidieerde musea?


     

    Meer particulier initiatief bij behoud cultuurgoederen voor Nederland

    Ook andere partijen dan de Staat, zoals musea, kunnen beschermde cultuurgoederen kopen die naar het buitenland dreigen te verdwijnen.
    Zie ook Vraag 9. Hoe kunnen particulieren bijdragen aan het behoud van belangrijk cultuurbezit voor Nederland? 


     

    Aanvaardingsplicht voor cultuurgoederen van hoge kwaliteit

    Wanneer een eigenaar niet langer in staat is om te zorgen voor cultuurgoederen of verzamelingen van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die onvervangbaar en onmisbaar zijn voor het Nederlandse cultuurbezit en deze onbezwaard en zonder voorwaarden overdraagt, heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de plicht deze voor de rijkscollectie te aanvaarden.
    Zie ook Vraag 6. Hoe werkt de aanvaardingsplicht voor cultuurgoederen?


     

    Certificeringsstelsel in de archeologie

    Het vergunningstelsel voor het doen van archeologische opgravingen is vervangen door een certificeringsstelsel.
    Zie ook Vraag 14. Hoe werkt het nieuwe certificeringsstelsel voor de archeologie? en Vraag 15. Wanneer treedt het certificeringsstelsel in werking? 


     

    Betere bescherming maritiem erfgoed

    In de Erfgoedwet is aangegeven dat het verwijderen van cultureel erfgoed onder water een opgraving is. Dit verbetert de mogelijkheden om tegen diefstal van maritiem erfgoed op te treden.
    Zie ook Vraag 17. Wat verandert er voor maritiem archeologen dankzij de Erfgoedwet?


     

    Eenvoudigere procedure aanwijzing rijksmonumenten

    De procedure tot aanwijzing van rijksmonumenten is vervangen door de eenvoudigere Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure zoals geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is de procedure verkort van 10 naar 6 maanden, terwijl inspraak mogelijk blijft.
    Zie ook Vraag 10. Hoe verloopt de aanwijzing van rijksmonumenten in de toekomst?


     

    Harmonisering handhaving en toezicht

    De handhaving en het toezicht op musea en cultuurgoederen is geharmoniseerd. In de Erfgoedwet is rechtstreeks toezicht mogelijk bij alle partijen (overheid en musea) die de rijkscollectie beheren.

  • 4. Hoe verhoudt de Erfgoedwet zich tot de Omgevingswet?

    De Erfgoedwet en de Omgevingswet vullen elkaar aan en maken samen een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

    De Omgevingswet brengt alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving samen. In de Omgevingswet wordt een zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving vastgelegd. De bescherming van archeologische en gebouwde monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen krijgen voor een belangrijk deel een plek in deze wet.

    De vuistregel is: roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten in de Erfgoedwet, de aanwijzing van stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

    De Erfgoedwet geldt sinds juli 2016 werking, de Omgevingswet treedt naar verwachting in 2019 in werking. Om in de drie jaar tussen 2016 en 2019 geen gaten in de bescherming van cultureel erfgoed te laten ontstaan, blijven alle bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die overgaan naar de Omgevingswet van kracht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 5. Wat is de procedure voor het afstoten van cultuurgoederen door overheden en publiekrechtelijke rechtspersonen?

    De Erfgoedwet waarborgt een zorgvuldig genomen besluit bij het afstoten van cultuurgoederen of verzamelingen door het Rijk, een provincie, gemeente of andere publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals waterschappen en universiteiten.
     

    Het voornemen tot afstoten van een cultuurgoed of verzameling door het Rijk, een provincie of een gemeente wordt publiek bekendgemaakt, waarbij wordt vermeld of advies van deskundigen wordt gevraagd. Als dat niet het geval is, kan iedereen gedurende 6 weken een zienswijze indienen over het belang van het object of de verzameling voor het Nederlands cultuurbezit.
     

    Bij een redelijk vermoeden van bijzonder belang voor het Nederlandse cultuurbezit moeten overheden en publiekrechtelijk rechtspersonen advies inwinnen bij een commissie van onafhankelijke deskundigen. Een commissie die aan de voorwaarden voldoet is de beschermingswaardigheidscommissie in het kader van de Leidraad Afstoting Museale Objecten (LAMO) van de Museumvereniging.
     

    Wanneer uit het advies van de commissie blijkt dat het een cultuurgoed of verzameling is van bijzonder belang voor het Nederlands cultuurbezit, wordt de minister op de hoogte gesteld door het bevoegd gezag, ten minste dertien weken voordat wordt overgegaan tot vervreemding aan een andere partij dan de Staat, een provincie, gemeente of andere publiekrechtelijke rechtspersoon.

  • 6. Hoe werkt de aanvaardingsplicht voor cultuurgoederen?

    Wanneer een cultuurgoed of verzameling verloren dreigt te gaan, bijvoorbeeld bij sluiting van een museum, en niemand bereid is het beheer op zich te nemen, biedt de Erfgoedwet een laatste vangnet.


    De aanvaardingsplicht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft betrekking op cultuurgoederen of verzamelingen van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die onvervangbaar en onmisbaar zijn voor het Nederlandse cultuurbezit, en die verweesd dreigen te raken. Het gaat erom dat niemand zich bereid verklaart het beheer van die bijzondere cultuurgoederen of verzamelingen op zich te nemen. De eigenaar moet bereid zijn die cultuurgoederen om niet en zonder voorwaarden over te dragen. Wie de eigenaar is van de cultuurgoederen, is niet relevant.

  • 7. Wat zijn de normen voor beheer van de rijkscollectie?

    Niet alleen musea beheren delen van de rijkscollectie, maar ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bijvoorbeeld rechtbanken, ministeries, Nederlandse ambassades, consulaten en overige vertegenwoordigingen. De Erfgoedwet bevat één set van normen voor het beheer van roerend erfgoed van de Staat. Daarmee wil de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de continuïteit in het beheer zeker stellen.

    In de Erfgoedwet zijn een aantal belangrijke uitgangspunten voor het beheer geregeld. Daarnaast kunnen nog nadere verplichtingen worden gesteld over de veiligheid van de collectie, restauratie, de registratie, en de administratieve organisatie van het beheer. De uitwerking daarvan volgt in een ministeriële regeling. Deze regeling geldt voor de musea die in 2016 worden belast met een wettelijke taak door de minister van OCW om zorg te dragen voor het beheer van de collectie.

    De wettelijke beheernormen zijn globaal geformuleerd omdat de praktische eisen aan het dagelijks beheer per categorie van beherende instellingen of cultuurgoederen kunnen verschillen. De voorgestelde beheersystematiek dient ook als inspiratie voor musea zonder wettelijke taak, zoals particuliere musea of musea gesubsidieerd door gemeenten of provincies.

  • 8. Wat is er veranderd in de financiering van rijksgesubsidieerde musea?

    Met de Erfgoedwet kan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij besluit een instelling belasten met de zorg voor het beheer van een collectie. Doel hiervan is de continuïteit in het beheer en behoud van de betreffende collectie veilig te stellen voor de toekomst.

    Mede om die reden creëert de Erfgoedwet continuïteit in de financiering van het beheer. De kosten die de instellingen hiervoor maken, vormen niet langer een integraal onderdeel van de vierjarige subsidiecyclus van de culturele basisinfrastructuur, maar worden op grond van de Erfgoedwet structureel gesubsidieerd. Onder kosten voor beheer vallen onder meer kosten voor huisvesting en klimaatbeheersing, beveiliging en restauratie. De bekostiging van de publieksactiviteiten valt nog steeds binnen de vierjarige subsidiecyclus van de basisinfrastructuur.

    Alle beheerders van de rijkscollectie of een collectie waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid heeft genomen, vallen vanaf 2016 rechtstreeks onder het toezicht van de Erfgoedinspectie.

  • 9. Hoe kan particulier initiatief bijdragen aan het behoud van belangrijk cultuurbezit voor Nederland?

    Particulieren en fondsen, zoals de Vereniging Rembrandt, hebben van oudsher een belangrijke rol bij aankopen en behoud van belangrijke cultuurgoederen voor Nederland. Door de Erfgoedwet worden particulieren, waaronder ook musea, nog beter in positie gebracht om bij te dragen aan het behoud van belangwekkende cultuurgoederen voor Nederland als een beschermd cultuurgoed naar het buitenland dreigt te verdwijnen.

    Dat gaat als volgt: wanneer verkoop van beschermde cultuurgoederen naar het buitenland dreigt, publiceert de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bedenkingen tegen het voornemen in de Staatscourant en eventueel nog op een andere geschikte wijze, zoals op een website. Mogelijke kopers krijgen 6 weken de tijd om zich te melden bij de minister van OCW. Deze geeft de interesse meteen door aan de eigenaar, maar treedt niet op als bemiddelaar. De eigenaar bepaalt vervolgens zelf of hij ingaat op het aanbod van mogelijke kopers die zich hebben gemeld.

    Ondanks de meer prominente rol van derden in deze procedure houdt de Staat de bevoegdheid om een beschermd cultuurgoed zelf aan te kopen om het te behouden voor het Nederlands cultuurbezit. Deze mogelijkheid blijft van belang: het gebruik ervan vergt een afweging tussen het algemeen belang van het cultureel erfgoed, het belang van de eigenaar, het belang van het vrije verkeer, en de beschikbare publieke middelen.

  • 10. Hoe verloopt de aanwijzing van rijksmonumenten in de toekomst?

    Ook in de toekomst vindt slechts op beperkte schaal aanwijzing van rijksmonumenten plaats. De nadruk ligt de komende jaren vooral op structurele verbetering van het monumentenbestand en niet op vergroten van de omvang ervan.


    De wettelijke criteria voor aanwijzing van rijksmonumenten – van algemeen belang vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde – blijven ongewijzigd.

    Daarnaast komt er een verkenning van enkele mogelijke nieuwe aanwijzingsprogramma’s.

  • 11. Hoe beschermt de Erfgoedwet historische interieurs?

    De rijksoverheid erkent het belang van waardevolle interieurensembles. De overheid probeert in nauwe samenwerking met het erfgoedveld de maatschappelijke bewustwording rond de zorgvuldige omgang met interieurs en interieurensembles te vergroten. Bijvoorbeeld met het Interieurplatform en Interieurprogramma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Of door verschillende woonhuismusea financieel te ondersteunen. Ook staan de collecties van enkele prominente interieurensembles op de lijst van beschermde objecten.



    De Erfgoedwet regelt ook dat een rijksmonument samen met interieuronderdelen kan worden aangewezen als ensemble, wanneer het geheel van rijksmonument en de cultuurgoederen in onderlinge samenhang van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is. Een aangewezen ensemble wordt geregistreerd in een aan het rijksmonumentenregister gekoppeld openbaar informatiesysteem. Vanwege de privacy moet de eigenaar toestemming geven voor het opnemen van het ensemble in dit systeem.

  • 12. Hoe wordt mobiel erfgoed beschermd?

    Mobiel erfgoed is een belangrijk onderdeel van ons cultureel erfgoed. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ondersteunt de sector met het actualiseren, uitbreiden en digitaal ontsluiten van het register voor mobiel erfgoed. Er komt ook een lijst van toonbeelden van mobiel erfgoed.

    Daarnaast worden door de sector gesignaleerde knelpunten in wet- en regelgeving voor eigenaren van mobiel erfgoed onder de aandacht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De minister van OCW neemt de coördinatie om de belangen van het mobiel erfgoed op structurele basis te verdedigen bij andere ministeries, gaat proactief op zoek naar mogelijkheden om mobiel erfgoed te behouden en pleit voor uitzonderingsposities in het geval dat wetten evident onredelijk uitwerken voor mobiel erfgoed. Een ontheffing mag echter niet ten koste gaan van de veiligheid voor mens en dier.

  • 13. Wat verandert er in het monumentenregister door de Erfgoedwet?

    Met ingang van de Erfgoedwet bevat het register alleen gegevens over de inschrijving en identificatie van de rijksmonumenten. Dus uit welke onroerende zaak of zaken bestaat het rijksmonument en waar bevinden die zich. Het monumentenregister is niet bedoeld voor onderbouwing van de bescherming of uitvoerige beschrijving. De Rijksdienst ontwikkelt een digitaal informatiesysteem met beschikbare informatie over rijksmonumenten. Gemeenten en eigenaren kunnen deze informatie gebruiken voor (beslissingen op) vergunningaanvragen.

  • 14. Hoe werkt het nieuwe certificeringsstelsel voor de archeologie?

    De Erfgoedwet vervangt de huidige opgravingsvergunning door een certificaat. Dat moet garanderen dat opgravingen op professionele wijze worden uitgevoerd.


    Een certificering is verplicht in het geval er sprake is van een opgraving ofwel ‘verstoring van de bodem’. De certificaten worden afgeven door certificerende instellingen. Zij stellen vast of de aanvrager voldoet aan de norm. De archeologische beroepsgroep stelt deze norm op. Uitgangspunt is de huidige Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. De norm gaat niet alleen om het opgraven zelf, maar ook over het conserveren en documenteren van archeologische vondsten en het opstellen van een rapport over de opgraving. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet daarbij toetsen of deze norm binnen het wettelijk kader blijft.


    Er zijn verschillende certificaten geïntroduceerd voor werkzaamheden die onder een opgraving vallen. In het dossier Erfgoedwet wordt het certificeringsstelsel uitgelegd.


    Omdat de norm door professionals in het archeologieveld is opgesteld, is de verwachting dat er meer draagvlak voor is en een betere naleving. Met als uiteindelijke doel een betere kwaliteit van archeologisch onderzoek. Bovendien kan eenvoudiger worden ingespeeld op ontwikkelingen binnen de archeologische sector.
     

    De certificerende instellingen zijn ook verantwoordelijk voor het toezicht op naleving van de norm door archeologische bedrijven. Via audits controleert de certificerende instelling of het bedrijf tijdens zijn werk daadwerkelijk voldoet aan de gestelde eisen.

  • 15. Wanneer treedt het nieuwe certificeringsstelsel in werking?

    Om partijen die een opgravingsvergunning hebben de gelegenheid te geven om een certificaat te verkrijgen is er een overgangsjaar ingesteld.Tot 1 juli 2017 mogen houders van een opgravingsvergunning zonder certificaat opgravingen doen en hebben zij 1 jaar de tijd om de gewenste certificaten te behalen. Vanaf 1 juli 2017 mogen alleen nog gecertificeerde bedrijven opgravingen doen.

    Certificerende instellingen krijgen 2 jaar de tijd om de vereiste accreditatie te halen.

  • 16. Wat betekent de Erfgoedwet voor amateurarcheologen en detectoramateurs?

    Amateurarcheologen in verenigingsverband worden in bepaalde gevallen vrijgesteld van de verplichting om een certificaat te hebben. Bijvoorbeeld bij opgravingen op een terrein dat wordt verstoord, waarvan is vast komen te staan dat er beperkte archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn en waarvan de gemeente vindt dat er geen professionele opgraving noodzakelijk is.


    Ook voor detectoramateurs kunnen uitzonderingen op de certificatieplicht gelden. Metaaldetectie met als doel het opgraven van de vondst is toegestaan tot een diepte van 30 cm. Dit deel van de bodem is over het algemeen al verstoord. De uitzondering geldt niet voor gebieden waarvan de gemeente heeft bepaald dat die een archeologische bestemming hebben of voor rijks- provinciale of gemeentelijke monumenten.


    De precieze voorwaarden voor vrijstelling voor zowel amateurarcheologen als detectoramateurs worden nader toegelicht in het dossier Erfgoedwet.

  • 17. Wat verandert er voor maritiem archeologen dankzij de Erfgoedwet?

    In de afgelopen jaren is gebleken dat de bescherming van ons archeologisch erfgoed onder water onvoldoende is. Dat komt vooral omdat de omschrijving van de begrippen ‘opgraving’ en ‘archeologisch monument’ niet altijd toereikend zijn voor onderwaterarcheologie. Maritieme archeologische monumenten liggen namelijk vaak op de bodem in plaats van in de bodem. In die zin is er dus geen sprake van opgraving.



    In de Erfgoedwet is de formulering van de belangrijkste begrippen aangepast. Ook het verwijderen of verplaatsen van cultureel erfgoed onder water is met ingang van de Erfgoedwet expliciet een opgraving, waar een certificaat voor nodig is.

Subsidie

  • Kan ik financiële ondersteuning krijgen van de rijksoverheid als ik mijn rijksmonument wil onderhouden?

    De rijksoverheid stimuleert planmatig onderhoud van rijksmonumenten met instandhoudingssubsidie. Eigenaren van een rijksmonumentaal woonhuis kunnen bij Nationaal Restauratiefonds terecht voor een laagrentende lening. Bezit of beheert u een ander type rijksmonument, zoals een kerk of molen dan kunt u subsidie aanvragen voor regulier onderhoud. Dit is de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). Meer informatie over deze regeling leest u op www.monumenten.nl.

  • Wat betekent Sim?

    Sim staat voor Subsidieregeling instandhouding monumenten. Het is een subsidieregeling om planmatig onderhoud van rijksmonumenten te stimuleren. Alle informatie over de regeling is te vinden op www.monumenten.nl

  • Hoe vraag ik instandhoudingssubsidie aan?

    U kunt instandhoudingssubsidie online of analoog aanvragen via de website monumenten.nl gedurende de aanvraagperiode. Deze periode loopt in ieder jaar van 1 februari tot en met 31 maart.

  • Wat zijn de voorwaarden om instandhoudingssubsidie aan te vragen?

    U bent in het bezit van een rijksmonument dat niet primair bedoeld is voor bewoning. U wilt dit rijksmonument onderhouden en u stelt voor dit onderhoud een meerjarenonderhoudsplan en een begroting op. Voor de subsidieaanvraag zijn de volgende zaken noodzakelijk:

    1. Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van het hiervoor door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
    2. In het aanvraagformulier kunnen de volgende bescheiden worden gevraagd:
    •  een instandhoudingsplan of een meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b,
    • een actueel inspectierapport en, indien niet in het inspectierapport opgenomen, een of meer actuele overzicht - en detailfoto's die een duidelijke indruk geven van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel en zijn gebreken,
    • met uitzondering van molens, beschermde archeologische monumenten en groene monumenten, een verzekeringspolis waaruit de herbouwwaarde blijkt, of voor zover geen verzekering is afgesloten of de herbouwwaarde niet uit de verzekeringspolis blijkt, een door een verzekeraar geaccepteerde taxatie van de herbouwwaarde.

    Toelichting op de aanvraag

    De herbouwwaarde moet door een verzekeringsmaatschappij zijn geaccepteerd. In principe blijkt de herbouwwaarde uit een verzekeringspolis of uit het taxatierapport waarnaar deze polis verwijst. In dat laatste geval dienen zowel een kopie van de polis als van het taxatierapport te worden overgelegd. Voor monumenten die niet verzekerd zijn, dient een taxatie overgelegd te worden die is geaccepteerd door een verzekeringsmaatschappij, bijvoorbeeld in een offerte. Bij de taxatie toont de aanvrager aan dat deze wordt geaccepteerd door een verzekeraar. Dit zal vooral spelen bij overheden die hun bezit doorgaans niet verzekeren.

    • voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid of als een toren van een kerkgebouw, een tekening waarop het zelfstandig onderdeel duidelijk is weergegeven ten opzichte van aangrenzende zelfstandige onderdelen,
    • voor zover het een zelfstandig onderdeel van een beschermd archeologisch monument betreft, een overzichtskaart waarop de betrokken kadastrale percelen zijn aangegeven,
    • voor zover het een groen monument betreft, een overzichtskaart van de groenaanleg met de plaats van de werkzaamheden en voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft, de betrokken kadastrale percelen,
    • voor zover het instandhoudingsplan ingrijpende werkzaamheden omvat, voldoende gegevens en bescheiden waaruit, aanvullend op het inspectierapport, de technische of fysieke staat van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd, en
    • voor zover de aanvraag een kerkgebouw betreft, een verklaring van de eigenaar dat het kerkgebouw gedurende de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd bestendig wordt gebruikt.
  • Mijn rijksmonument bestaat uit zowel gebouwde als groene onderdelen. Kan ik het formulier voor instandhoudingssubsidie gebruiken?

    U kunt hetzelfde aanvraagformulier gebruiken. Het formulier bevat namelijk drie bijlagen voor gebouwd, groen en archeologie. U mag dus meerdere onderdelen opnemen in een aanvraag. Let er wel op dat u voor elk onderdeel een aparte bijlage invult. Ook moet per onderdeel een apart instandhoudingsplan en een begroting worden ingeleverd. In de groene begroting mag geen gebouwd worden opgenomen en omgekeerd mag in de gebouwde begroting geen groen worden opgenomen. De gebouwde elementen zijn wel zelfstandige onderdelen en gelden niet als onderdeel van het groene monument.

Monumenten

  • Welke elementen van een rijksmonument zijn beschermd?

    De omvang van de bescherming wordt bepaald door de omschrijving van het monument en het begrip 'onroerende zaak'. Onder de bescherming vallen de onroerende zaken die expliciet in de omschrijving zijn vermeld. Niet onder de bescherming vallen objecten die alleen in de inleiding op de monumentomschrijving of alleen in de complexomschrijving worden genoemd. Adressen en kadastrale percelen zijn gebaseerd op de omschrijving. Als ze niet actueel zijn, dan dienen ze te worden geactualiseerd op basis van de omschrijving en, indien nodig, overige onderliggende stukken.

    De bescherming van het monument omvat de gehele onroerende zaak. Dus alle onderdelen (bestanddelen) van de onroerende zaak, zoals de fundering, gevel en gevelonderdelen (bijv. ook stoep, trap of bordes), draagconstructie, kap, vloeren, vloerafwerking en interieur (bijv. plafond, wandafwerking, trappen, deuren en schouwen), maken deel uit van het beschermd monument, ook al zijn deze onderdelen niet in de registeromschrijving genoemd.

    Bij complexbescherming wordt elk van de samenstellende onderdelen aangewezen als beschermd monument. Daarnaast wordt het complex als zodanig eveneens aangewezen als beschermd monument. Uitgangspunt van de complexbescherming is dat de samenhang van de samenstellende onderdelen een eigen waarde heeft en dat deze samenhang een meerwaarde geeft aan de onderdelen. De complexbescherming is een aanwijzings-techniek waarmee de samenhang van de samenstellende beschermde monumenten en de meerwaarde die hierdoor aan deze monumenten wordt toegekend, tot uitdrukking worden gebracht en als zodanig wordt beschermd.

  • Wat is een bestanddeel?

    Een bestanddeel is een onderdeel van het onroerend goed dat er bij verwijdering voor zorgt dat het gebouw, maatschappelijk gezien, als incompleet wordt beschouwd.

  • Wat staat er in de omschrijving in het monumentenregister?

    In het monumentenregister staan alle onroerende zaken die beschermd zijn als rijksmonument. Alles wat in de omschrijving genoemd staat, valt onder de bescherming als rijksmonument. Overigens wil dat niet zeggen dat niet-genoemde onderdelen niet beschermd zijn: de bescherming van het rijksmonument omvat de gehele onroerende zaak. De omschrijving is bedoeld als duiding en identificatie van het beschermde rijksmonument.

Interieurs

  • Wat is een interieur?

    Onder het begrip interieur wordt verstaan: het samenstel van één of meer ruimten (structuur, onderlinge relatie en de ruimtelijke verhoudingen) met hun afwerkingen (wanden, vloeren, plafonds) en de bijbehorende nagelvaste (deuren, schouwpartijen, installaties, ingebouwd meubilair, etcetera) en roerende bestandsdelen (stoffering, meubilering en inrichting).

  • Wat is een interieurensemble?

    Een interieurensemble is een samenhang van onroerende en roerende zaken van (cultuur)historisch, artistiek, wetenschappelijk of technisch belang. Dit zijn niet alleen gebouwen met hun inrichting, maar ook de samenhang van enkele objecten met een gebouw, ruimte of plaats. Een voorbeeld van een ensemble is Kasteel Amerongen dat door de eeuwen heen door twee families bewoond is geweest. Elke generatie heeft iets aan het huis en de boedel toegevoegd.

  • Wat is een gesamtkunstwerk?

    Een gesamtkunstwerk is een ensemble van de hand van een enkele architect of kunstenaar. Deze ontwierp dan zowel het gebouw als de meubelen, het tafelzilver, het behang en soms zelfs de kledij van de bewoners. Hiermee probeerde de ontwerper de levensstijl en -kwaliteit van de bewoners te bevorderen. Een voorbeeld hiervan is het Rietveld Schröderhuis in Utrecht.

Herbestemming

  • Is er een subsidieregeling voor herbestemmingsprojecten?

    Ja, deze regeling heet Subsidieregeling Stimulering Herbestemming Monumenten. De regeling is bedoeld voor gebouwen die zich niet heel makkelijk lenen voor een nieuwe, andere functie zoals kerken, industriegebouwen, scholen etc. Woonhuizen vallen buiten de regeling, met uitzondering van woonhuizen welke del uitmaken van herbestemmingsopgave van een groter complex. Op Monumenten.nl leest u of u in aanmerking komt en hoe u subsidie aanvraagt.

  • Waarvoor kan ik herbestemmingssubsidie aanvragen?

    U kunt subsidie aanvragen voor de volgende zaken:

    • Haalbaarheidsonderzoek met betrekking tot financiële consequenties, bouwkundige staat, exploitatie, onderzoek naar draagvlak etc.
    • Wind- en waterdicht maken van het monument, voorkoming verzakking of instorten. Het gaat hierbij nadrukkelijk om tijdelijke en sobere maatregelen tegen ongewenste weersinvloeden.
  • Wie mag subsidie aanvragen voor herbestemming?

    De regeling is bedoeld voor eigenaren van monumenten.
    Voor het haalbaarheidsonderzoek kunnen ook andere belanghebbende zoals gemeenten, projectontwikkelaars of woningbouw corporaties met toestemming van de eigenaar subsidie aanvragen.

  • Wanneer kan ik subsidie aanvragen?

    De subsidie kan jaarlijks worden aangevraagd van 1 oktober tot en met 30 november. Eigenaren krijgen hier voorrang boven belanghebbenden. De beslissing met betrekking tot de subsidie kunt u voor 1 maart verwachten. U leest meer over de subsidie op Monumenten.nl.

Stads- en dorpsgezichten

  • Wat is een beschermd stads- of dorpsgezicht?

    Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied binnen een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Door deze bescherming blijft het cultuurhistorische karakter behouden. In Nederland zijn er ongeveer 400 van deze beschermde gebieden.

  • Mag er gebouwd worden in een beschermd stads- of dorpsgezicht?

    Wat er gebouwd mag worden is afhankelijk van de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. U kunt bij de gemeente vragen om het bestemmingsplan in te zien. Dit bestemmingsplan biedt -als het goed is-bescherming aan de karakteristieke historisch ruimtelijke hoofdstructuur (patroon van (water)wegen, situering van de bebouwing, open groene ruimtes e.d.) zoals omschreven in de Toelichting bij het aanwijzingsbesluit tot het beschermd stads/dorpsgezicht. Het is een taak van de gemeente om dit bestemmingsplan tijdig te actualiseren en om toezicht te houden op de naleving van het bestemmingsplan. Overigens is het ook weer niet zo dat een bestemmingsplan het hele dorp of stad "op slot zet": nieuwe -en van het geldende bestemmingsplan afwijkende ontwikkelingen- behoeven een gedegen ruimtelijke onderbouwing, waarin het cultuurhistorisch belang in het geval van een beschermd stads-/dorpsgezicht een zwaarwegend belang is. Bij afwijking van het bouwplan van het geldende bestemmingsplan, dient de gemeente een nieuw bestemmingsplan op te stellen, waartegen een ieder zienswijzen kan indienen bij de gemeenteraad.

  • Worden er afspraken gemaakt tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de betreffende gemeente over het beschermend bestemmingsplan?

    Het klopt dat er bij aanwijzingen tot een beschermd stads- of dorpsgezicht altijd afspraken worden gemaakt tussen Rijksdienst en betreffende gemeente over het beschermen van het gebied middels een zgn. beschermend bestemmingsplan (conform art 36 Mw. 1988). In het algemeen ligt de periode voor het maken van beschermende bestemmingsplannen op ca. 3 jaar, hiervoor bestaat echter geen vaste termijn van orde. Er staan ook geen sancties op als de gemeente dit nalaat. Wel zal een gemeente bouwplannen moeten aanhouden in het kader van artikel 51 Woningwet als er voor betreffend gebied geen beschermend bestemmingsplan ter inzage is gelegd. De gemeente is er dus alles aan gelegen om wel een beschermend (dat is niet hetzelfde als conserverend!) bestemmingplan op te stellen voor een aangewezen gebied.

  • Zijn alle panden binnen een beschermd stads-of dorpsgezicht een beschermd monument?

    Nee, niet alle panden in een beschermd stads- of dorpsgezicht krijgen automatisch de status van beschermd monument. Binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht bevinden zich wel monumneten, maar dit geldt dus niet voor alle panden. Ook bestaan er geen subsidieregelingen voor beschermde stads- en dorpsgezichten.

Omgevingsvergunning

  • Welke vergunning is nodig voor wijzigingen aan een rijksmonument?

    Voor het veranderen van een gebouwd rijksmonument of een bouwwerk binnen een beschermd gezicht is meestal een omgevingsvergunning nodig.

    Voor het verstoren van een archeologisch rijksmonument is altijd een monumentenvergunning nodig. Deze vergunning moet eerst zijn verleend voordat een omgevingsvergunning van kracht wordt voor een activiteit die (ook) een beschermd archeologisch rijksmonument raakt. Dit blijft gelden tot in 2019 de Omgevingswet in werking treedt. Over een omgevingsvergunning beslist de gemeente, De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verleent een monumentenvergunning

  • Wie beslist over de aanvraag voor een omgevingsvergunning?

    In bijna alle gevallen is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag dat beslist op een aanvraag voor een omgevingsvergunning.

    Uitzonderingen

    Er zijn enkele uitzonderingen:

    • Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de allergrootste milieu-inrichtingen.
    • De minister van Infrastructuur en Milieu is bevoegd gezag bij bepaalde milieu-inrichtingen met een militaire bestemming.
    • De minister van Economische Zaken is bevoegd gezag in geval van mijnbouwactiviteiten.
  • Binnen hoeveel tijd volgt er een besluit?

    Reguliere procedure

    Met de reguliere procedure krijgt de aanvrager binnen 8 weken een beslissing, met een maximale verlenging van 6 weken. Bij termijnoverschrijding volgt vergunningverlening van rechtswege.

    De reguliere procedure betreft vergunningaanvragen voor:

    • gemeentelijke en provinciale monumenten;
    • sloop binnen beschermde stads- en dorpsgezichten;
    • een aantal lichte ingrepen aan rijksmonumenten (waarover de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap niet adviseert).

    Uitgebreide procedure

    Bij deze procedure krijgt de aanvrager binnen 26 weken een beslissing. Een verlenging met maximaal 6 weken is mogelijk bij ingewikkelde of omstreden onderwerpen. Bij overschrijding van de termijn volgt geen vergunningverlening van rechtswege. Voor rijksmonumenten geldt de uitgebreide procedure.

    Bij de uitgebreide procedure treedt de vergunning in werking een dag na de afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift (zes weken na bekendmaking van het besluit). Beroep schort de werking van de vergunning niet op. Opschorting kan alleen via de voorlopige voorziening.

  • Is een omgevingsvergunning altijd verplicht?

    Voor veel werkzaamheden aan een rijksmonument is een omgevingsvergunning verplicht. Een aantal (vaak) kleinere werkzaamheden is vergunningvrij. Informeer vooraf bij uw gemeente of doe de vergunningscheck bij het Omgevingsloket Online.

  • In welke fase wordt advies ingewonnen?

    Het bevoegd gezag kan advies vragen over de aanvraag om een omgevingsvergunning, of over het ontwerpbesluit op die aanvraag.

    Bij rijksmonumenten verdient het aanbeveling om de adviseurs al in te schakelen bij de aanvraag. Het bevoegd gezag kan dan alle adviezen meenemen in het ontwerpbesluit. Zo is de kans kleiner dat het ontwerpbesluit moet worden aangepast. En het bevordert de snelheid van de behandeling van de aanvraag.

  • Aan wie vraagt de gemeente advies?

    Voor rijksmonumenten vraagt het bevoegd gezag advies aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeentelijke monumentencommissie. Als het rijksmonument buiten de bebouwde kom ligt, mogen ook Gedeputeerde Staten adviseren. De adviestermijn bedraagt maximaal 8 weken. Deze gaat in op de datum van het adviesverzoek, mits alle relevante stukken zijn bijgevoegd.

    De Rijksdienst adviseert bij de volgende ingrepen aan een rijksmonument: (gedeeltelijke) sloop, ingrijpende wijziging, functiewijziging en reconstructie. Download de voorbeelden voor meer informatie.

    Voor gemeentelijke en provinciale monumenten staat in de desbetreffende verordening wie als adviseur is aangewezen.

  • In welke fase vindt vooroverleg plaats?

    De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft bij voorkeur in een vroeg stadium advies. De dienst kan op verzoek van de gemeente bij een vooroverleg aanwezig zijn, bijvoorbeeld bij een bouwplanoverleg of bij een steunpuntoverleg. Dat kan ook specialistisch advies zijn, zoals over kleur- en schilderingen, interieur, historisch glas, beton of duurzaamheidsmaatregelen.

  • Wie mag er allemaal een zienswijze indienen op het ontwerpbesluit?

    Iedereen kan een zienswijze naar voren brengen op het ontwerpbesluit. Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan namens de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap een zienswijze indienen. Dit staat los van de adviesbevoegdheid van de minister.

  • Wie voert de handhaving uit?

    Het bevoegd gezag, dus doorgaans de burgemeester en wethouders, houdt toezicht en voert de handhaving uit. Het zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning verrichten van een vergunningplichtige activiteit met betrekking tot een monument geldt als een economisch delict en is strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten.

Monumentenvergunning

  • Hoe lang duurt het voordat ik een monumentenvergunning krijg?

    De procedure duurt maximaal 6 maanden.

  • Hoe vraag ik een monumentenvergunning aan?

    De monumentenvergunning kunt u aanvragen bij uw eigen gemeente. U kunt hiervoor het beste contact opnemen met de gemeente.

  • Met welke vergunning krijg ik te maken als ik iets op of aan een archeologisch monument doe?

    Voor het verstoren van een archeologisch rijksmonument is altijd een monumentenvergunning nodig en soms ook een omgevingsvergunning.
De monumentenvergunning is geregeld in de Monumentenwet 1988

  • Waar heb ik een monumentenvergunning voor nodig?

    Voor sloop, verbouwing of restauratie heeft u een monumentenvergunning nodig.

Erfgoed & ruimte

  • Wat is de definitie van cultuurhistorische waarden?

    De begrippen cultuurhistorie, cultureel erfgoed en cultuurhistorische waarden zijn containerbegrippen. Monumenten en archeologie maken er onderdeel van uit. De begrippen zijn tegelijkertijd veel breder. In algemene zin gaat het bij alle drie de begrippen om sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn. Dat kunnen voorwerpen zijn in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen. Maar ook de daaraan verbonden gebruiken, verhalen en gewoonten. Aldus wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen het materieel en immaterieel cultureel erfgoed.

  • Hoe regel en borg je cultuurhistorische waarden wanneer er in afwijking van het bestemmingsplan wordt gebouwd?

    Bouwen in afwijking van het bestemmingsplan zal in situaties waarbij ook de bestemming wijzigt kunnen leiden tot een (integrale) herziening met als onderdeel daarvan herbestemming van een bestemmingsplan. In aanzet loopt dit traject wat betreft de inbreng van cultureel erfgoed vergelijkbaar aan het bestemmingsplanproces.
    In veruit de meeste gevallen zal het bouwen in afwijking met het bestemmingsplan worden geregeld via de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Concreet gaat het daarbij om: Een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing voor afwijken van het bestemmingsplan. Deze vergunning geldt ook voor bouwen waarbij of waardoor er tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken.

  • Wat is de rol van welstands- en monumentencommissie in het samenspel tussen cultureel erfgoed en ruimte?

    De welstands- en/of monumentencommissie heeft primair een advies- en beoordelingstaak. Richting een bestemmingsplan kan de commissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over de voorgenomen plannen. In een welstandsnota, erfgoedverordening of de regels van een bestemmingsplan kan de commissie een rol worden toegekend. Bijvoorbeeld bij de omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten, verbouw en sloop van gebouwde monumenten. Maar ook in beschermde stads- en dorpsgezichten (zoals in Bergen en Appingedam), bij archeologische monumenten en bij de omgevingsvergunning met een ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan.
    Het is belangrijk dat de deskundigheid van de commissie op het gebied van verschillende vakdisciplines gewaarborgd is. Daarom hebben VNG, Federatie Welstand en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een Handreiking Gemeentelijke Monumentencommissies opgesteld. De handreiking geeft aanbevelingen hoe de commissies professioneel kunnen functioneren. Daarbij is ook gekeken naar integratie van welstands- en monumentencommissies om een brede advisering over ruimtelijke kwaliteit te bevorderen.

Werelderfgoed

  • Hoe komt een plek op de werelderfgoedlijst?

    Landen mogen een voorlopige lijst opstellen van alle locaties die werelderfgoed zouden kunnen worden. Daarna kunnen die plekken genomineerd worden. Een adviesorgaan bekijkt de voordracht en geeft Unesco daarna zijn mening over de locatie. De VN-commissie voor werelderfgoed besluit daarna of de voordracht belangrijk genoeg is om op de lijst te komen.

  • Hoe is de werelderfgoedlijst ontstaan?

    Unesco hield in 1959 een internationale campagne om het beroemde tempelcomplex Abu Simbel in Egypte te redden van de ondergang. De organisatie haalde 80 miljoen dollar op en besloot daarop het werk voort te zetten voor andere bijzondere locaties. In 1966 volgde een actie voor Venetië, dat door overstromingen werd getroffen. Zes jaar later, in 1972, besloot Unesco tot de creatie van een internationale werelderfgoedlijst. In 1978 werden de eerste locaties, waaronder de Galapagos-eilanden, op de lijst gezet.

  • Wat is werelderfgoed?

    Unesco omschrijft werelderfgoed als „de erfenis waar we nu mee leven, en die we aan toekomstige generaties door willen geven". De culturele en natuurlijke locaties die zijn aangewezen als werelderfgoed zijn volgens Unesco onvervangbaar, uniek en eigendom van de hele wereld. Behoud van deze locaties is van groot belang.

  • Wat staat er op de werelderfgoedlijst?

    Op de Werelderfgoedlijst staan op dit moment 1031 monumenten. Hiervan zijn er 802 cultuurmonumenten, 197 natuurmonumenten en 32 monumenten met culturele en natuurlijke waarden. Bekende locaties zijn de beroemde piramides in Egypte, de Chinese Muur, het Great Barrier Reef in Australië en de Serengeti in Tanzania. Nederland staat nu tien keer op de lijst. Behalve de Amsterdamse grachtengordel zijn ook de Waddenzee, Kinderdijk, het Rietveld Schröderhuis in Utrecht en de historische binnenstad van Willemstad op Curaçao op de lijst gezet. Het laatst toegevoegd is de Van Nellefabriek in Rotterdam.

  • Staat een locatie voor altijd op de lijst?

    Landen moeten regelmatig rapporteren over hun werelderfgoed. Ook moeten ze er alles aan doen om het erfgoed te behouden en te beschermen. Adviseurs van Unesco houden erfgoed in de gaten dat bedreigd wordt. Gaat het niet goed, dan kan een locatie geschrapt worden. De VN-commissie heeft dat tot nog toe twee keer besloten. Dat gebeurde met het Duitse Elbedal waar een brug doorheen werd gebouwd en met een natuurgebied in Oman, dat verkleind werd en waar een beschermde diersoort uitstierf.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

  • Wat is de Nieuwe Hollandse Waterlinie?

    De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een negentiende- en twintigste-eeuwse structuur van inundatiegebieden, forten en verdedigingswerken die West-Nederland moest beschermen tegen aanvallen uit het oosten. De Nieuwe Hollandse Waterlinie loopt van de voormalige Zuiderzee in het noorden, via de oostkant van Utrecht tot aan de Biesbosch in het zuiden.

  • Hoe oud is de Nieuwe Hollandse Waterlinie?

    De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 1815 aangelegd en is tot aan 1940 met tussenpozen versterkt en uitgebreid.

  • Waarom de 'nieuwe' Hollandse Waterlinie? Is er ook een 'oude'?

    De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een aanpassing van de Hollandse Waterlinie. De Hollandse Waterlinie is in het rampjaar 1672 aangelegd en tot aan de Napoleontische tijd versterkt en aangepast. Deze linie liep ook vanaf de Zuiderzee in het noorden tot aan de Biesbosch in het zuiden, alleen lag de stad Utrecht niet binnen de linie. Vanaf 1815 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangelegd, waarbij Utrecht wel binnen het beschermd gebied gebracht is.

  • Waarom wordt de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangewezen als rijksmonument?

    De Nieuwe Hollandse Waterlinie is één van de grote cultuurhistorische structuren van Nederland. Voor de geschiedenis van Nederland is het van belang dat dit beleefbaar blijft in het landschap. Dat betekent niet dat er niets meer kan en mag, maar wel dat er zorgvuldig mee omgegaan wordt. Op die manier blijft de cultuurhistorie ook afleesbaar voor de generaties na ons.

  • Wat wordt er precies beschermd? Het hele gebied of alleen de gebouwen?

    Alleen de gebouwde of aangelegde werken worden beschermd als rijksmonument. De verboden kringen en de inundatiegebieden worden dus niet aangewezen als rijksmonument.

Kunstcollectie van het Rijk

  • Het Rijk stoot kunstwerken af. Kan ik deze werken kopen?

    Onder bepaalde voorwaarden is dit mogelijk. Verkoop door het Rijk is alleen mogelijk indien een kunstwerk daadwerkelijk in aanmerking komt om te worden afgestoten. Kunstwerken die onderdeel blijven uitmaken van de rijkscollectie komen dus niet voor verkoop in aanmerking. Indien een kunstwerk inderdaad wordt afgestoten, volgt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Leidraad Afstoten Museale Objecten. Volgens deze procedure wordt het object eerst voor een periode van twee maanden aangeboden aan museale instellingen via de herplaatsingsdatabase. Nadat deze periode is doorlopen, en het object niet in aanmerking komt voor teruggave aan de kunstenaar, wordt het object aangeboden via museumveiling.nl. Hierop kan door iedereen worden geboden.

  • Ik heb in het verleden kunstwerken ingeleverd via de BKR. Het Rijk stoot kunstwerken af. Kom ik in aanmerking voor teruggave?

    Teruggave is alleen mogelijk indien een kunstwerk daadwerkelijk in aanmerking komt om te worden afgestoten. Indien een kunstwerk inderdaad wordt afgestoten, volgt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Leidraad Afstoten Museale Objecten. Volgens deze procedure wordt het object eerst voor een periode van twee maanden aangeboden aan museale instellingen via de herplaatsingsdatabase. Nadat deze periode is doorlopen, en geen belangstelling werd getoond voor het aangeboden object, kan het object onder de volgende voorwaarden, zoals deze zijn afgesproken met de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) en de kunstenaarsbond FNV Kiem, worden teruggegeven:

    • Teruggave gebeurt uitsluitend aan de maker zelf;
    • Teruggave vindt alleen plaats  indien de adresgegevens van de maker bij de Rijksdienst bekend zijn;
    • Alleen kunstwerken die via de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR)  ná 1 oktober 1979 werden ingeleverd bij het Rijk komen voor teruggave in aanmerking.

    Kunstenaars dienen bij de Rijksdienst aan te geven of zij belangstelling hebben voor teruggave. Daarvoor dient  u het antwoordformulier volledig ingevuld en ondertekend te retourneren aan de Rijksdienst. Het antwoordformulier vraagt u aan bij y.van.der.linden@cultureelerfgoed.nl.

  • Ik heb in het verleden kunstwerken ingeleverd via de BKR. Waar kan ik gegevens vinden over deze kunstwerken?

    U kunt zelf zoeken in de rijkscollectie op de website rijkscollectie.nl. Deze website geeft echter geen volledig overzicht van de collectie, want de vermiste en afgestoten werken komen hierin niet voor. Voor de eventueel ontbrekende gegevens kunt u contact opnemen met y.van.der.linden@cultureelerfgoed.nl

  • Ik heb onlangs een kunstwerk aangekocht. Op de achterkant zit een etiket van de RCE / ICN / RBK / DRVK. Wordt dit kunstwerk vermist?

    U kunt aan de hand van het inventarisnummer van het kunstwerk, dat op de keerzijde is aangebracht en bestaat uit één of twee letters, gevolgd door maximaal vijf cijfers, achterhalen of het wordt vermist uit de rijkscollectie. U kunt zelf deze lijst bekijken via: of contact opnemen met d.rueck@cultureelerfgoed.nl.

Kunst schenken

  • Ik zou graag een kunstwerk aan het Rijk willen schenken. Waar kan ik terecht?

    U kunt een e-mail sturen naar de InfoDesk van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed info@cultureelerfgoed.nl. Het is raadzaam fotodocumentatie en aanvullende gegevens over het kunstwerk (titel, materiaalsoorten, afmetingen) toe te voegen. Helaas is het niet mogelijk voor de Rijksdienst om alle aangeboden kunstwerken te accepteren. Aanvaarding van een kunstwerk hangt af of het in bruikleen kan worden gegeven aan een museale of niet-museale instelling. Indien de schenking niet wordt aanvaard, kan de Rijksdienst suggesties doen voor andere, mogelijk geïnteresseerde musea. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikt niet over een aankoopbudget: kunstwerken worden uitsluitend als schenking of via overdracht geaccepteerd. Beoordeling en acceptatie van één of meerdere kunstwerken kan enkele maanden in beslag nemen.

Bruiklenen

  • Hoe beëindig ik een bruikleen?

    • De bruikleennemer informeert de Bruikleenadministratie of Contractbeheer van de afdeling Kunstcollecties schriftelijk of per e-mail, welke bruiklenen hij wenst te beëindigen onder vermelding van het inventarisnummer, de naam van de kunstenaar en de titel van (of eventueel vermelding van het type) de kunstwerken. Ook kan de bruikleennemer gebruik maken van het 'Wijzigingsformulier Bruikleen'.
    • Werken met een CW-waarde (culturele of decoratieve waarde) worden niet door de Rijksdienst teruggenomen. Kunstwerken met een BCW-waarde (bijzondere culturele waarde) worden door de Rijksdienst teruggenomen en zonodig opgehaald. Hieraan zijn kosten verbonden.
    • Kunstwerken met een CW-waarde worden in eigendom overgedragen aan de bruikleennemer. De Rijksdienst zal geen rechten meer doen gelden op deze objecten. De nieuwe eigenaar wordt verzocht om voor de kunstwerken overeenkomstig de auteurswet te handelen. 
  • Ik heb in het verleden kunstwerken ingeleverd via de BKR. Kan ik deze kunstwerken lenen voor een tentoonstelling?

    Dat is onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Voor deze voorwaarden en de bruikleenaanvraag neemt u contact op met de Bruikleenservice via bruikleenservice@cultureelerfgoed.nl.