Parels uit het depot - Tekenboekje van Daniel de Blieck
Weblog
De bibliotheek- en archiefcollecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zitten vol bijzondere verhalen over erfgoed in Nederland. In de blogserie ‘Parels uit het depot’ belichten we steeds een van die verhalen. Deze keer is dat het tekenboekje van Daniel de Blieck, een eeuwenoude bundel met potloodtekeningen van kerkinterieurs. Het verrassende is: het zijn vooral doorkijkjes van niet-bestaande kerken.
Het tekenboekje heeft wel iets weg van zo’n boekje met ansichtkaarten die je los kunt scheuren om te versturen. Het bevat 70 bladen met potloodtekeningen van interieurs van kerken en van een paar paleizen. Op enkele uitzonderingen na gaat het niet om werkelijk bestaande interieurs, maar om doorkijkjes van fictieve kerken. Opvallend is de tekenstijl: duidelijke, doeltreffende lijnen en realistische perspectieven in een losse, schetsmatige lijnvoering. De tekeningen zijn gemaakt door Daniel de Blieck (circa 1610-1673).

Daniel de Blieck
Over het leven van Daniel (ook wel: Daniël) de Blieck is weinig bekend. Hij is geboren in Middelburg waar hij zijn hele leven gewoond en gewerkt heeft. Daar werd hij in 1647 lid van het kunstenaarsgilde Sint-Lucas, een beroepsorganisatie van kunstenaars en kunstambachtslieden. Vermoedelijk was hij een leerling van de Zeeuwse architectuurschilder Dirck van Delen, die net als De Blieck de nodige barokke kerkinterieurs schilderde. Van Delens bekendste werk, het schilderij Beeldenstorm in een kerk uit 1630, hangt in het Rijksmuseum.

Bij zijn leermeester zal De Blieck ook zijn liefde voor de fantasiearchitectuur hebben opgedaan. De schilder hoefde zich daarbij niet te houden aan de werkelijkheid, maar kon zich volledig richten op een geslaagde perspectivische voorstelling. Je ziet dat ook terug in zijn tekenboekje met fictieve kerkinterieurs. Behalve als schilder was De Blieck ook actief als architect en ontwerper. Zo ontwierp hij het classicistische Pakhuis van de Vereenigde Oostindische Compagnie in Middelburg, dat in 1940 werd verwoest. In 1670 ontving hij de opdracht van de Staten van Zeeland om moderne mechanische muntmachines te ontwerpen. Hij maakte hiervoor de ontwerptekeningen en hield toezicht op de bouw.

Fantasie en werkelijkheid
Over de geschiedenis en de samenstelling van de bundel zijn wat onzekerheden. Deskundigen zijn het er wel over eens dat de tekeningen van Daniel de Blieck afkomstig moeten zijn uit de periode 1652-1659. Dit is de periode die voorafgaat aan zijn jarenlange reis naar Engeland.
De tekeningen in het boekje zijn genummerd van 1 tot en met 95. Vijfentwintig nummers ontbreken. Op die plekken zit een lege pagina. In totaal bevat het boekje dus zeventig tekeningen.
Naast de vele fantasie-interieurs staan er in de bundel twee interieurs van echt bestaande gebouwen. Daar staat bij aangegeven dat het om interieurs gaat van de kerken in Middelburg en in Zierikzee.

De letter G
In het verleden lijkt te zijn aangenomen dat kunstschilder Joost van Geel (1631-1698) de maker van de tekeningen was zoals het titelblad van de bundel in gotische letters vermeldt: Schetsboek van Joost van Geel
. Het zou kunnen dat Van Geel en De Blieck elkaar kenden en samen hebben gereisd in Engeland. Zo zou Van Geel in het bezit van de tekeningen kunnen zijn gekomen. Maar voor die veronderstelling bestaat geen bewijs.
Vroegere eigenaars hebben zich misschien ook laten misleiden door de letter G die onder veel van de schetsen staat. In de loop van de tijd zijn veel van de tekeningen door kunsthistorici geïdentificeerd met bestaande schilderijen van De Blieck. Dat is in ieder geval zo bij 22 van de tekeningen in het boekje. Bij al deze tekeningen staat de letter G. Er wordt vanuit gegaan dat deze letter een afkorting is van het woord Geschilderd
.

Volgens kunsthistoricus Edwin Buijsen was het tekenboekje, gezien de persoonlijke aantekeningen, vooral bedoeld voor privégebruik door De Blieck. Hij kon hierin bijhouden wat hij had geschilderd, en zijn eigen ontwerpen eenvoudig hergebruiken. Mogelijk heeft De Blieck de tekeningen ook gebruikt als een handzaam modellenboek. Een soort verkoopcatalogus met miniatuurafbeeldingen van zijn schilderwerk. Zo kon een aspirant-koper een goed beeld krijgen van het soort werk dat hij kon afleveren.
Herkomst van het boekje
Het vroegst teruggevonden spoor van de tekeningenbundel is een veilingcatalogus uit 1837. Daarin wordt de nalatenschap van de Haarlemse schilder, graveur en tekenaar Pieter Barbiers (1771-1837) uit Haarlem geveild. In die beschrijving wordt nog gesproken over 72 geteekende Schetsen van Tempels en Kerken
. Misschien zijn de tekeningen toen niet zo precies geteld, want het boekje telt er nu zeventig. Het kan ook zijn dat er twee bladen uit de bundel zijn verdwenen.
Op een later moment is het boekje in handen gekomen van de bekende kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot (1863-1930). Uit zijn nalatenschap werd de bundel in 1931 aangekocht door het Rijksbureau voor de Monumentenzorg, een voorganger van de tegenwoordige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Nu wordt het boekje als collectiestuk RCE-716 zorgvuldig bewaard in de collectie van de RCE en digitaal tentoongesteld in de Beeldbank.
Zelf op zoek naar..?
De bibliotheek- en archiefcollecties van de RCE zijn doorzoekbaar via de catalogus. De collecties zijn in principe openbaar. U kunt materialen aanvragen en inzien door een afspraak te maken via bibliotheek@cultureelerfgoed.nl.
Deze blog is geschreven door Diedrik van der Wal.